Samenvatting
Regionale hoofdkantoren ontstaan niet zomaar, hier liggen complexe economische en sociale processen aan ten grondslag. Om deze te begrijpen wordt in dit onderzoek dieper ingegaan op de trends die op dit moment spelen binnen de strategie van multinationale ondernemingen en de manier waarop zij hun hoofdkantooractiviteiten organiseren en lokaliseren. Dit wordt gedaan aan de hand van kwantitatieve gegevens van buitenlandse dochtervestigingen in de provincie Utrecht.
De probleemstelling van het onderzoek is als volgt:
Wat zijn de huidige economische en geografische trends op het gebied van de locatiedynamiek van hoofdkantoren en wat betekenen deze voor de kansen van Utrecht als vestigingsplaats voor hoofdkantoorfuncties van internationaal opererende bedrijven?
Bij deze probleemstelling wordt uitgegaan van internationalisering als een evolutionair proces, waarbij internationaal opererende bedrijven steeds meer verschillende bedrijfsactiviteiten decentraliseren en verplaatsen naar het buitenland. Dit sluit aan bij de strategische veranderingen binnen MNO’s waarin voorwaartse integratie en functionele specialisatie ervoor hebben gezorgd dat steeds meer activiteiten met hoge toegevoegde waarde naar het buitenland worden verplaatst. De groeiende geografische spreiding van bedrijfsactiviteiten is er oorzaak van dat MNO’s ook hun hoofdkantoren anders zijn gaan organiseren. Dit komt tot uiting in de vorm van geographical split. Het traditionele hoofdkantoor wordt hierbij opgesplitst in verschillende eenheden, gebaseerd op de functies die ze vervullen binnen de MNO. Zowel coördinerende, strategische als regiefuncties binnen het hoofdkantoor vinden niet langer plaats via fysieke clustering, maar via netwerkvorming.
In deze thesis is gebruik gemaakt van een evolutionaire benadering waarin de ontwikkeling van MNO’s en de daarmee samenhangende rol van het hoofdkantoor beschreven wordt aan de hand van het veranderingsproces van activiteiten die plaatsvinden bij dochtervestigingen. Dit veranderingsproces houdt in dat dochtervestigingen in geval van positieve groei steeds meer beslissingsbevoegdheden en verantwoordelijkheden krijgen waardoor hoofdkantooronderdelen opgesplitst worden. Geographical split van hoofdkantooronderdelen duidt op een nieuwe fase in de ontwikkeling van regionale hoofdkantoren. In deze fase worden hoofdkantooractiviteiten gereorganiseerd en verspreid over verschillende optimale locaties binnen het bedrijfsnetwerk van de MNO. Aan de hand van kwantitatieve gegevens over de aanwezige buitenlandse dochtervestigingen in de provincie Utrecht zijn de veronderstellingen van de evolutionaire theorie getoetst en is onderzocht welke bedrijfskenmerken doorslaggevend zijn voor het hebben van hoofdkantoorfuncties.
Het verplaatsen van hoofdkantooractiviteiten naar reeds bestaande bedrijfsonderdelen is een veel voorkomende vorm van geographical split. Het blijkt dat bij meer dan 75% van de bedrijven met hoofdkantoorfuncties in de provincie Utrecht sprake is van twee of meer nevenactiviteiten naast de hoofdkantoorfunctie. In 80% van de gevallen zijn dit marketing‐ en sales‐activiteiten. Verder blijkt dat grote buitenlandse dochtervestigingen met hoofdkantoorfuncties een hogere groei in werkgelegenheid kennen dan kleine vestigingen zonder deze functies. Dit duidt op de evolutionaire benadering waarbij verondersteld wordt dat dochtervestigingen gedurende het evolutietraject in kwantitatieve en kwalitatieve zin groeien en hoofdkantooractiviteiten pas laat in het evolutieproces worden geïmplementeerd.
Verder blijkt dat er verhoudingsgewijs meer regionale hoofdkantooractiviteiten bestaan bij buitenlandse dochtervestigingen die afkomstig zijn uit de Verenigde Staten en Azië dan bij vestigingen uit Europese landen. MNO’s uit deze regio’s verplaatsen steeds meer bedrijfsactiviteiten om te kunnen inspelen op de Europese markt. Differentiatie op subcontinentaal niveau zorgt echter ook voor functionele specialisatie van hoofdkantoorfuncties van Europese multinationals binnen de EU. Deze activiteiten zijn voornamelijk gericht op de Nederlandse markt, terwijl regionale hoofdkantoren uit Amerika en Azië vaker gericht zijn op de Europese markt. De centrale ligging van Utrecht maakt het een aantrekkelijke vestigingsplaats voor buitenlandse hoofdkantoorfuncties gericht op de Nederlandse markt. Hierbij is minder sprake van een afhankelijke relatie tot de stedelijkheid van de vestigingsgemeente. Bij vestigingen met regionale hoofdkantoorfuncties die gericht zijn op de Europese markt is wel een voorkeur voor grootstedelijke gemeenten zoals Utrechten Amersfoort te zien.
De bevindingen resulteren in de veronderstelling dat hoe groter de afstand tussen herkomstgebied (van het moederbedrijf) en de afzetmarkt (van de dochtervestiging), hoe meer activiteiten worden gedecentraliseerd en hoe groter de schaal van de afzetmarkt is. De locatiefactoren stedelijkheid en centrale ligging zijn belangrijker voor vestigingen met een grote afzetmarkt (Europa) dan voor vestigingen gericht op de Nederlandse markt.
Er moet voor de acquisitie van buitenlandse hoofdkantoren goed worden gekeken naar de bedrijfsstrategie van moederbedrijven en naar de evolutie van bedrijfsfuncties bij dochtervestigingen. Bedrijfsinterne overwegingen spelen een veel grotere rol bij het aantrekken van hoofdkantooractiviteiten dan specifieke lokale of regionale productiemilieufactoren. Voor het aantrekken van buitenlandse hoofdkantoren moet daarom niet alleen gekeken worden naar nieuwkomers en wegtrekkers maar vooral naar vervolginvesteringen en ontwikkeling. Hier liggen tal van kansen voor het behouden en versterken van buitenlandse investeringen. |